Zwemmende koeien, de trekschuit, het Mèrkkaantje en het jaagpad: Veel bedrijvigheid in vroeger tijden rond Terheijdense haven.

Markkant en Hillen, deze twee straten in de Molenpolder kwamen bij de aanleg van die wijk het dichtst bij de Mark te liggen. Deze straatnamen zijn in 1960 dan ook heel bewust gekozen. De naam Markkant spreekt eigenlijk voor zich. In feite is het een heel oude benaming voor een buurtschap bij de rivier de Mark en wel voor de omgeving van de tegenwoordige Haven en de Schansstraat.

Allerlei toen nog kleine vrachtschepen kwamen hier aan de loswal aan de zogenaamde ‘Merkkaant’. Heel lang is daar industrie geweest, waaronder 'het bullenfabriek' van De Beer en de betonfabriek van Visker. Daar hebben veel dorpsgenoten gewerkt. Het Veerhuis was lang een herberg met een bakkerij, waar reizigers wachtten op de trekschuit naar Breda of Rotterdam. Dat heeft geduurd tot 1835.

Aan de overkant van de jachthaven heeft een boerderij gestaan waar veerman Schets woonde. Behalve reizigers te voet werd het meestal gebruikt door boeren die hun land aan de overkant hadden liggen. Ook koeien werden hier overgezet door een koe op het pontje te zetten en de rest er achter aan te laten zwemmen.

Langs die boerderij liep het trek- of jaagpad. Schepen werden vroeger voort getrokken door een paard of door enkele mensen. Bij de veerman moest worden betaald voor het gebruik maken van het jaagpad en het huren van een paard. Het Markpontje hier is nog altijd een begrip.

De Mark was vroeger veel breder. Zo’n twee eeuwen geleden was het nog eb en vloed bij Terheijden. Van lieverlee is de rivier smaller geworden door aanslibbing. De oevers werden als gevolg hiervan steeds breder. Deze aldus ontstane buitendijkse gronden werden ‘hillen’ genoemd. De hillen van de Molenpolder zijn in 1641 ingedijkt en bij de polder gevoegd. De Mark stroomde tot omstreeks 1950 nog langs de schans.

Johan van der Made.